Poep onder de loep

Poep, daar gaan we het over hebben. Eh… moet dat nou? Ja, want poep staat in de schijnwerpers. En niet voor niks! Je ontlasting biedt een schat aan informatie over je gezondheid. En als je waarde hecht aan je gezondheid, wil je hier vast meer over weten, toch?

Oké, door naar de volgende ronde. Behalve bloed en urine, zegt jouw poep dus heel veel over je gezondheid. Feit is dat de meeste mensen pas op hun ontlasting letten als ze ziek zijn. Diarree die maar niet overgaat, of steeds terugkerende obstipatie, of je ziet bloed of slijm bij je ontlasting. Allemaal signalen dat er iets in je spijsverteringskanaal niet goed gaat, en redenen om de gang naar de huisarts in te zetten.  Afhankelijk van je klacht word je ontlasting onderzocht, bijv. op een Salmonella-infectie of een E-coli  bacterie, een lactose intolerantie of glutenovergevoeligheid.

Maar als je klachten een beetje vaag zijn en je hebt ze al geaccepteerd als ‘dat hoort bij mij’, ga je voorbij aan de écht grote boodschap, die verborgen is in je ontlasting. Poep zegt zo veel meer, over wat je eet en hoe je dat eten verteert.

Voor de draad ermee, waar kun je dan op letten? Om te beginnen, als je teveel vetten eet of die vetten slecht verteert, heb je een vettige ontlasting die je maar moeilijk uit de toiletpot kunt spoelen. Eet je teveel (snelle) koolhydraten (koek, snoep, pizza, aardappelen, brood) of verteer je die niet goed, dan knalt je stoelgang eruit en laat je bovendien veel winden (gasvorming, opgeblazen gevoel, ken je dat?). Een slechte eiwitvertering gaat gepaard met een rotte eieren lucht bij je ontlasting. Zo eentje waar je je familie de deur mee uit jaagt…

Nee, niet stoppen met lezen nu… hou je aandacht er nog even bij. De vorm van je ontlasting spreekt ook boekdelen. Wat is normaal? Normaal is een gladde of craquelé pindakaaskleurige worst, die er moeiteloos uitkomt, zonder persen, zonder inspanning. 

Konijnenkeutels  of ingedroogde harde ontlasting wijzen op obstipatie (je eet te weinig vezels of drinkt te weinig!) en diarree of een brijige ontlasting kan duiden op een voedselintolerantie of allergie (als er geen sprake is van een onderliggende infectie of besmetting met een bacterie). Check onderstaand schema eens en kijk eens in de toiletpot!

PoepschemaOver de oorzaken van afwijkende ontlasting kun je hele boekwerken vol schrijven (en die zijn er dan ook). Denk aan tekort aan maagzuur, tekort aan bepaalde spijsverteringsenzymen, lever- of alvleesklierstoringen, een lekkende darm, voedselintolerantie- of allergie, schimmelovergroei, stress (!) of – wat nu heel veel in het nieuws is – een slecht darmmicrobioom (darmflora). Simpel gezegd: de samenstelling van je darmbacteriën.

Er wonen hele koloniën verschillende darmbacteriesoorten in je buik, ergens tussen de 200 en 600. Dat verschilt van persoon tot persoon. De bekendste groepen zijn wel de bifidobacteriën en de lactobacillen. Maar er zijn zoveel meer. Is er een onbalans, een disbiose, dan hebben de slechte (pathogene) bacteriën de overhand en ontstaan er gistings- en rottingsprocessen die het immuunsysteem ontregelen. En dat leidt weer tot een slechte zuurgraad in de darmen. Eh.. zuurgraad, wat is dat nou weer?

Behalve de uiterlijke kenmerken van je ontlasting, zoals vorm, kleur en geur geeft ook de zuurgraad (pH) waardevolle informatie over de toestand in je darmen. Bij een juiste zuurgraad (tussen 6.0 en 6.8) hebben de goede bacteriën (de vezel consumerende!) het helemaal naar hun zin en is er een goede basis voor een optimale vertering. Eet je teveel vetten, teveel eiwitten of (snelle) koolhydraten (suikers, zetmelen), dan verhoogt of verlaagt dat de pH, die de balans in je darmflora vervolgens ontregelt. Ofwel, de verkeerde bacteriën nemen de overhand. Nou moe, wat nu dan?

Nu komt het goede nieuws, en dat zal geen verrassing zijn. Je hebt zelf het roer in handen om je darmflora te verbeteren. Met vezels! Vezels zijn de voeding voor je darmbacteriën, en daarmee je beste vriendjes. Zo simpel is het. Hoe meer variatie aan vezels je eet hoe groter de variatie aan bacteriën je creëert. Iets meer over die vezels.

Vezels zijn leveranciers van essentiële suikers. Suikers?? Dan denk je natuurlijk meteen aan gewone suiker (glucose),  maar daar krijgen we al een overschot van binnen. Ik bedoel de andere suikers die uit groenten en fruit worden gehaald tijdens de vertering. Dat zijn bijvoorbeeld cellulose (vooral in groenten), inuline (in artisjok, asperge, prei, knoflook, zoete aardappel), lignanen (in lijnzaad, pompoen, haverzemelen, hennep, maar ook in groenten), en mannose (in shiitake, koolsoorten, zwarte bessen, perziken enz.), pectines (in fruit) en arabinogalactaan (in kokos, peer, tomaat, kurkuma, zwarte bonen).  Allemaal essentiële suikers die het lichaam niet zelf kan maken, maar uit de voeding moet halen. En dat heb jij in de hand!

Hoeveel vezels heb je nodig? Tussen 30 en 40 gram vezels per dag heb je nodig om je spijsvertering, en dus ook je weerstand, gezond te houden.

Vandaar dat alle wetenschappers, artsen, diëtisten en voedingsdeskundigen zoals ik zo hard hameren op het belang van vezels, en de variatie daarbij. Daar zijn we het tenminste unaniem over eens.

Hoe bereik je dat nou in het leven van alledag? Met fruit bij je ontbijt of als tussendoortje, een kleine gemengde salade met noten en zaden of een soep bij je lunch, of een belegde boterham met rauwkost. En dan ’s avonds nog een keertje 200 gram groenten, of peulvruchten en granen. Dat is gewoon heeeel lekker, gevarieerd eten, en een beetje je koppie erbij houden. Zet ‘m op hè?

Toch een beetje hulp nodig? Je kunt me vinden via www.mindyourfood.nl