Voedselintolerantie: hoe zit dat?

Je hoort steeds meer mensen over voedselintolerantie en voedselallergie. Hoewel de symptomen soms vergelijkbaar zijn, zijn het twee verschillende overgevoeligheidsreacties van je lichaam.

Een intolerantie voor voedingsstoffen kan uiteenlopende klachten geven. Als de intolerantie nog in de beginfase verkeert, ben je nog klachtenvrij. Maar die klachten sluipen er langzaam in. Een indrukwekkende rij klachten is mogelijk: van onder meer een afwijkend ontlastingpatroon, buikpijn met veel winderigheid, misselijkheid en gewichtsverlies, bloedarmoede en vermoeidheid tot klachten aan het zenuwstelsel. Elk lichaam geeft andere signalen. Als je je lichaam goed kent, weet je veranderingen tijdig waar te nemen.

Bij een allergie is het immuunsysteem betrokken en maak je antistoffen (immuunglobulinen) aan.  Die antistoffen maakt je lichaam aan om de ‘vreemde indringers’ uit het lichaam te verwijderen. Het is eigenlijk een ongewenste reactie van je immuunsysteem. Een allergie geeft meestal heel directe reacties. Huid-, luchtwegklachten en maag- en darmklachten zijn daarvan wel het bekendst. De meest bekende huidreactie is die waarbij het lichaam histamine aanmaakt.  Die stof veroorzaakt een rode huid, met jeuk of galbulten.
Via bloedonderzoek kunnen de antistoffen aangetoond worden. Een voedselallergie kan erfelijk zijn, maar dat hoeft niet. Lastig is het sowieso, want je moet er je hele leven rekening mee houden.

Voedselintoleranties komen veel meer voor dan allergieën. Een intolerantie voor voedsel begint meestal in de darmen. Vaak ontstaan ze doordat er een onevenwichtige darmflora is: een onbalans tussen goede en slechte bacteriën. Het kan dus jaren duren voordat je merkt dat je ‘ergens niet meer tegen kunt’.

Als het slijmvlies van de darm steeds opnieuw geprikkeld wordt door een stof waar het niet goed tegen kan, gaat de conditie van je slijmvlies achteruit en dus ook de opnamecapaciteit van je ervan (want in het darmslijvlies van de dunne darm wordt het verteerde voedsel getransporteerd naar je bloed). Slechte bacteriën krijgen nog meer kans zich te ontwikkelen, en er ontstaan ontstekingen (cytokines).

Om het proces een halt toe te roepen, is het zaak op te sporen waarvoor je intolerant bent. Het kan bijvoorbeeld gaan om een lactose-intolerantie. Je mist of hebt te weinig van het enzym lactase, die voor de vertering van deze melksuiker zorgt. Of je hebt een intolerantie ontwikkeld voor tarwe; of, meer algemeen: voor gluten.

 Het goede nieuws is dat je met aanpassing van je voeding invloed kunt uitoefenen op je klachten en zo de intolerantie weer een halt kunt toeroepen. Schrap de ‘verdachte’ voedingsmiddelen eens een maand uit je menu en kijk of je klachten verminderen.  

Intolerantie voor synthetische geur-, kleur- en smaakstoffen komt bijvoorbeeld steeds meer voor. Het is pure gezondheidswinst voor iedereen om de E-nummers die vaak voorkomen in soepen, sauzen, kruidenpasta’s, snacks, zoutjes enz. te mijden. Maar met name glutenintolerantie grijpt om zich heen. En dat is onder meer het gevolg van het wijdverbreid toepassen van tarwe als vulmiddel in allerhande voedingsmiddelen. We zullen daar uitgebreid op ingaan in een volgend blog.

Intussen: Mind Your Food met verse, pure producten, dichtbij de natuur!